Site Officiel de la Ville de bergerac
Site Officiel
bandeau et retour page accueil
Version française English version

version hollandaise


HET TABAKMUSEUM Van nationaal belang

Het tabakmuseum van nationaal belang, gesticht in 1950 door de direktie van musea in Frankrijk, werd gereorganiseerd en geinstalleerd volgens de nieuwe museografische normen in een vernieuwd gebouw, door de stad van BERGERAC in 1982, " Maison PEYRAREDE " genoemd. Dit herenhuis uit de XVIIe eew, waarvan de voorgevel geplaatst is aan de straat van de oude brug (rue de l’Ancien Pont), getuigd van de overgang van de Renaissance tot het klassisme : het is een van de befaamste architecturale erfgoederen van Bergerac.
Het nieuwe museum werd geopend in Januarie 1983 en laat sindsdien een heel verschillend beleid toe : uitgerust met een foto- en restauratie laboratorium en eveneens met een administratief secretariaat is het daarnaast geïnformatiseerd.
Het heeft al thematische exposities opgericht :

- " Charles HARNISCH, tabakpijpen-maker (1845-1895) " in 1985 ;
- " BERGERAC, HOOFDSTAD VAN DE TABAK ", in 1986
- " ANTROPOLOGIE VAN DE TABAK : PROBLEMATISCH " in 1987...
En er komen nog meer naarmate de onderzoeken die worden ondernomen over de veelomvattende en zeer gevarieerde onderwerpen, die de antropologie van de tabak biedt.

Deze culturele geschiedenis is uiteengezet in 4 permanente expositiezalen.

ZAAL 1 :

De eerste zaal, voorzien van talrijke prenten, foto’s, pijpen, vredespijpen...is toegewijdt aan het gebruik en de functies van de tabak in voorcolombisch AMERIKA : het is namelijk belangrijk om te weten dat de tabak, aanwezig in de natuurlijke omgeving, een in de hoogste mate culturele plant is geworden voor de amerindiaanse beschaving. De tabak werd bijvoorbeeld gebruikt bij de inwijdings-ceremonie oftewel in de klop-praktijk als medicijn. Hij is ook aanwezig in alle mythologiën en cosmogoniën van deze volken.
In dezelfde zaal, is getoond dat de tabak is verspreid in AFRIKA door middel van de slavenhandel aan het einde van de XVIIe eeuw . De Afrikanen zijn inderdaad snel in het adopteren in het gebruik van roken van tabak en verzinnen een verbazingwekkende variëteit van voorwerpen die de verscheidenheid van hun etnologie weergeeft.
Nà AFRIKA, verspreidt de tabaksplant zich in Europa en de andere continenten : op deze manier wordt de bezoeker uitgenodigd om naar de tweede zaal te gaam.

ZAAL 2 :

Het statuut van de tabak verandert beetje bij beetje tijdens z’n aankomst in EUROPA omstreeks 1560 : de plant die als heilig werd beschouwd wordt geneeskrachtig en vervolgens ontspannings-object. Snuiven was de eerste wijze van consumptie, het meest bekend in FRANKRIJK tot aan de Franse Revolutie : men kan in de eerste drie vitrines aardewerk tabakpotten in Delfts of SINCENY bewonderen uit de XVIIe en XVIIIe eenw vaak een aanduiding van de afkomst of de bestemming van de tabak (tabak uit Holland, tabak voor Dames...) ; ivoren raspen, uit hout gesneden, uit ijzer,uit geëmailleerd mataal uit de XVIIe en XVIIIe eeuw, voorgangers van de tabakdoos, en de tabakdozen geven tenslotte de sociale afkomst aan van de eigenaar of hun politieke opvattigen. Deze gaan van een heel groffe tabakdoos uit Bretagne, de uit hoorn gebeiteld tabakdoos van een boer uit de Franche-Comté tot deze, half-kostbare van een parijse aristocraat. Ze geven allen de vernuftigheid van de handwerksman weer.
De vierde vitrine, toont een pijp van klei, voornamelijk gerookt door de populaire klasse in FRANKRIJK. Veel verspreidt in de XIXe eew, deze kennen een groot succes dankzig de fabrieken van GAMBIER en SCOUFLAIRE. Deze bieden in hun katalogus vele politieke, litteraire of artistieke pijpekoppen aan. Daarna schittert de ambacht kortstondig met mooie pijpen van porcelijn en stellen de volgende vitrine samen.
Tenslotte, met de verschijning van de sigaar en de sigaret en de opkomst van de massaconsumptie, ziet men de uitrusting voor de roker in opkomst zich verveelvoudigen, aanstekers, pijpestoppers, sigarenetuis, portfidibus, etc... waar verzamelaars blij mee zijn, en dit stelt de laatste vitrine samen.

ZAAL 3 :

De snelle groei van de consumptie van tabak in de XIXe eeuw heeft de fantasie bij de pijpen makersbevorderd die nu heel andere materialen gebruiken zoals meerschuim, glas, maïsaar, hertegewei, etc... voor het maken van talloze sigarenrockers, sigarettenrokers of tabakpotten ; deze worden in twee vitrines getoond, van de derde zaal op de tweede verdieping, met het meesterwerkstuk van het Museum een sigarenroker uit meerchuim en bernsteen van een weense beedhouwer uit de XIXe eew die een siciliaanse bruiloft voorstelt en gekocht is in 1985 door de Stad BERGERAC.
Men kan er eveneens schilderwerken van MEISSONNIER, TENIERS, CHARLOT, COCHET, etc... die de ontwikkeling van de tabak door de eeuwen heen ilustreren.

ZAAL 4 :

In de laatste zaal zijn de fabricagetechnieken van rookvoorwerpen getoond in de geschiedenis en over de hele wereld. In Europa in het bijzonder, worden verschillende ambachten bestudeerd die te maken hebben met voorwerpen van de roker.
Het pijpen-makersambacht ontwikkeld zich midden in de XIXe eeuw. Deze wordt beschreven door middel van enkele voorbeelden uit de XIXe en XXe eeuw. In dit laatste gedeelte, wordt het voorwerp bestudeerd voor zichzelf met typogische proefreconstructies en vanaf verschillende workshops van Europese handwerks - en ambachtsmannen. Een eerste voorbeeld van dit werk werd getoond toen het Museum de collectie van het atelier HARNISCH kocht. Charles HARNISCH was tabak-pijpenmaker in COLMAR aan het einde van de XIXe eeuw. Een heel interessante maquette, gemaakt door hem in 1885, toont hem aan het werk met zijn arbeiders.
Een tweede voorbeeld is ontstaan in de restauratie van het Museum in 1988. Het is een machine die pijpekoppen beeldhouwd : ’n heel zeldzaam machine (er bestaan maar twee exemplaren in de wereld), nooit nagemaakt, ze is het werk van de St Claudense uitvinder Joseph DALLOZ (1832-1905). Zij stelt meerdere belangen voor :

- 1 - geschiedkundig en etnografisch : deze machine markeert inderdaad een belangrijke datum in de geschiedenis van SAINT-CLAUDE en zijn ambacht. Zij is in de gedachten gebleven bij alle St Claudense pijpenmakers mannen. Men noemt het daarom geregeld de DESSERTINE-machine, wegens de naam van de neef van Joseph DALLOZ, die er nog het langst gebruik van heeft gemaakt.
- 2 - Technologisch : in de geschiedenis van technieken, is dit systeem gegrond op het principe van de pantograaf, die nooit op de markt is gebracht.Er is hier sprake van een poping tot industrialisatie die geen opvolger heeft.

Inderdaad, de St Claudeniërs, beschouwden dat er niet genoeg handel was voor de gebeeldhouwde pijpekop te industrialiseren.


Ecrit le : 20 septembre 2006

Haut de page